
AcuteZorg.nl
zaterdag 22 november 2008
Koffie 2.0

donderdag 6 november 2008
Wat is een acute Zorgregio ?

Nieuwe ontwikkeling in gezondheidsland: acute zorgregio’s.
Met de WTZi als basis gaf VWS de elf traumaregio’s de opdracht overleg te initiëren rondom de acute zorg in de regio: het Regionaal Overleg Acute Zorg (ROAZ). Hierbij treden de centra niet in de individuele verantwoordelijkheid van de verschillende zorgpartijen, maar moeten zij het proces stimuleren en gaande houden, en gemaakte afspraken bestuurlijk borgen.
De partijen
In dit overleg nemen alle zorginstellingen die op basis van voornoemde wet betrokken zijn bij de acute zorg deel op Raad van Bestuursniveau. Hierbij gaat het om de (academische) ziekenhuizen, de huisartsen(posten), Regionale Ambulance Voorzieningen, de verloskundigen, de apotheken, instellingen voor de Geestelijke Gezondheids Zorg en de Geneeskundige Hulp bij Ongevallen en Rampen.
De regio aan het roer
In feite is dit overleg, alsmede het bijbehorende gewicht, het antwoord van het kabinet op de jarenlang geuite wens om de dingen vooral niet in Den Haag te verzinnen, maar het aan de regio zelf over te laten. Immers dáár ligt de kennis van de regionale situatie die in Alkmaar anders is dan op de Mookerheide.
1. Doelstelling is om (vooralsnog) de pre-hospitale acute zorg te optimaliseren. Dit vindt plaats door het in kaart brengen van de zorgpaden die de patiënt doorloopt op in eerste instantie vijf landelijk overeengekomen ziektebeelden (het acuut myocardinfarct, acuut CVA, de acute verloskunde, acute psychose en het acute heuptrauma). Interessant is het om daarbij de definitie te bezien die VWS hierbij geeft van ‘pre-hospitaal’: tot en met de SEH.
2. Naast het in kaart brengen van deze zorgpaden en het optimaliseren ervan, brengt het ROAZ ook het aanbod, de vraag én de toegeleiding naar deze zorg in kaart. Eventuele blinde vlekken zullen leiden tot overleg met een regionale aanpak als voorziene uitkomst.
3. In geval van beëindiging, verplaatsing, fusie, et cetera van zorginstellingen kan de Minister van VWS het ROAZ om advies vragen over de situatie vóór en ná de voorgenomen transitie. Allereerst is het dan aan het ROAZ om te bezien of en hoe eventuele vraagstellingen opgelost kunnen worden. Bijvoorbeeld door het inzetten van een extra ambulance bij een ziekenhuislocatie die als electieve kliniek verdergaat, en wie de kosten hiervoor zal dragen. In het uiterste geval kan de Minister een aanwijzing geven aan een zorginstelling.
4. Een andere taak van deze regionale netwerken is het verdelen van middelen ten behoeve van bijvoorbeeld Opleiden, Trainen en Oefenen (OTO) in het kader van de voorbereiding op rampen en crises.
Van traumazorg naar acute zorg
Met bovenstaande taken voor ogen ontstaat een doorontwikkeling in de regionale netwerken, wat de traumaregio’s altijd waren, naar netwerken ten behoeve van de acute zorg. Vandaar dat de Traumaregio Oost (TRO) reeds per 1 juni 2008 in een van de ROAZ-vergaderingen werd omgedoopt tot Acute Zorgregio Oost (AZO). Niet alleen een cosmetische operatie (op bijvoorbeeld de website www.azo.nl), maar vooral een verschuiving van het taakgebied en werkingssfeer verankerd in de visie en de voorgestane missie.
Sleutelwoorden
Het ROAZ stimuleert de samenwerking van de partijen die betrokken zijn bij de acute zorg in de regio. De volgende aandachtspunten geven het bereik van het overleg treffend weer: overleg, onderzoek, protocollering en wellicht onderwijs in de ruimste zin des woords.
ROAZ op weg
Een klein jaar na de start van deze nieuwe ontwikkeling beginnen langzaam de contouren van het verbeterpotentieel zichtbaar te worden. Het is bijzonder te zien hoeveel potentieel er aanwezig is als er (meer) samengewerkt zou gaan worden. Hoeveel meer kracht uit een integrale blik op de zorg aan de acute patiënt gehaald kan worden. Immers deze patiënt hééft niets te kiezen. Hij of zijn mag uit gaan van onze maximale inspanningen.
Gaat het dan slecht zult u zich afvragen ? Iedereen kan denk ik twee of meer voorbeelden opnoemen waar en hoe het beter kan in de samenwerking binnen de zorg. Tussen afdelingen en zorgpartijen onderling, in de manier waarop voorlichting plaats vindt en over keuzes die worden gemaakt.
Juist hier zal het ROAZ zijn meerwaarde (gaan) hebben. Doordat vraagstukken feitelijk worden voorgelegd aan een multidisciplinair panel op regionale schaal, waarna gemaakte afspraken ook bestuurlijk worden geborgd groeit de samenhang, ontstaan er meer kansen en nemen de mogelijkheden tot innovatie toe. Waarschijnlijk ontstaat er tegelijkertijd ook een gezamenlijke drive tot verbetering. Vooralsnog zijn (bijna) alle zorginstellingen hiermee bezig. Grosso-modo echter vooral érg intern gericht, uitzonderingen daargelaten. Het gaat dus niet slecht, maar het kan wél beter.
Ook op andere manier proberen we de zorgpartijen samen te brengen :
· door het initiëren van onderzoek op bijvoorbeeld aanrijtijden van ambulances, of aantallen behandelingen bij alle acute zorgpartijen, maar ook op de effecten van bijvoorbeeld een goede digitale overdracht van gegevens over de patiënt.
· Door het organiseren van bij- en nascholing op belangwekkende thema’s of door middel van “events”. Waar mogelijk versterken Health Valley en AZO elkaar .
· Door het ontwikkelen van expertise en kennis op ontwikkelingen die alle zorgverleners raken zoals Zorg 2.0 (Health 2.0 in buitenland)
· Door het inrichten van een online community over acute zorg (www.acutezorg.nl) waar vanaf eind dit jaar veel informatie over de acute zorg in brede zin bij elkaar zal worden gebracht. Dit platform zal door middel van Nieuwe Media (e-mail, podcasts, vodcasts, RSS-feeds, twitter etc) de beroepsgroep over ontwikkelingen in en buiten de regio, nationaal zowel als internationaal op de hoogte houden. Tot die tijd informeren we geïnteresseerden via onze weblog op www.azo.nl/blog.htm.
Andere regio’s
In de tussenliggende tijd heeft ook de meest noordelijke regio de omzetting vanuit de traumaregio ingezet naar Acute Zorg Regio Noord Nederland; er zullen er ongetwijfeld meer volgen.
Binnen de koepelvereniging voor de Traumacentra (LvTC) worden afzonderlijke stappen besproken en gedeeld, onder andere door middel van Spoedzorgtafels, waar per regio de ontwikkelingen maar ook de vraagstukken aan de orde komen.
We zullen u regelmatig op de hoogte houden van de vorderingen, uitdagingen en kansen in dit netwerk.
Lucien Engelen,
Hoofd Acute Zorgregio Oost
woensdag 5 november 2008
Patiënten blij met digitale poli

Op verzoek van Lucien Engelen onderstaand in een blogpost wat meer informatie op de Digitale IVF poli en mijn proefschrift hierover.
In 2003 is het UMC St Radboud gestart met een uniek project in de Nederlandse gezondheidszorg, de Digitale IVF Poli o.l.v. Prof Dr Jan Kremer. De Digitale IVF Poli is een website voor paren die een reageerbuisbevruchting ondergaan.
De site biedt hen de mogelijkheid om op elk moment van de dag hun eigen medische dossier in te zien. Daarnaast kunnen patiënten ook chatten met lotgenoten en kunnen ze berichten plaatsen op een speciaal internetforum.
Ik ben destijds als onderzoeker bij dit project betrokken geraakt en hoop dit onderzoek op 12 november a.s. met een succesvolle verdediging van mijn proefschrift af te ronden. In dit bericht enkele resultaten en conclusies.
We zijn dit project begonnen omdat we signaleerden dat patiënten geen goed inzicht hadden in hun eigen medische situatie. Inzicht dat hun behandelend arts wel had. Door dit gebrek aan kennis en informatie speelden ze slechts een passieve rol in het behandeltraject. Het ontsluiten van het medisch dossier en het daardoor versterken van de positie van de patiënt is één van de kerngedachtes geweest bij de ontwikkeling van de Digitale Poli. Een goed geïnformeerde patiënt maakt immers betere beslissingen. Ook kan hij zijn betrokkenheid bij de problematiek inzetten om de zorg voor zichzelf en voor zijn of haar lotgenoten te verbeteren.
De patiënten hebben sinds de start van de website massaal gebruik gemaakt van de mogelijkheden die de site hun biedt. Ook zijn ze erg te spreken over de toegevoegde waarde van de verschillende onderdelen van de site. Voor maar liefst 96 procent heeft toegang tot het eigen medisch dossier toegevoegde waarde.

Ook het discussieforum viel met 77 procent erg in de smaak.
In het gebruik van de site zien we dat er eigenlijk drie soorten patiënten zijn: De een is vooral geïnteresseerd in het eigen medisch dossier en bladert hier naar hartenlust in. Een ander leest juist de teksten met algemeen geldende informatie over de IVF behandeling; de multimediale variant van de klassieke patiëntenfolder. Het derde type patiënt zoekt met name de interactie met lotgenoten en de medische professionals op.
Deze interactie vindt dan vooral plaats in perioden waarbij ze niet meer naar het ziekenhuis hoeven te komen. Wanneer face-to-face contact ontbreekt is de meerwaarde van de website dus optimaal.
In mijn onderzoek hebben we ook onderzoek gedaan naar de eventuele effecten van de Digitale Poli op de patiënt. Voordat we aan de site begonnen werd ons vooral de vraag gesteld of al die informatie de patiënt niet angstig of depressief zou maken. Dit blijkt gelukkig niet het geval. Vanuit patiëntenperspectief is de website dus veilig. Graag hadden we ook willen aantonen dat de patiënt inderdaad een krachtigere rol in zou nemen binnen het behandelproces. Dit was immers het doel dat we nastreefden. Helaas hebben we dat niet aan kunnen tonen. Hoe groot je ambitie ook is, gedragsveranderingen zijn nou eenmaal moeilijk te realiseren.
Ondanks dat het ontbreken van aantoonbare effecten van de Digitale Poli een kleine domper is, is de site nog steeds in de lucht. Patiënten waarderen de site en maken er volop gebruik van. Hun enthousiasme maakt de Digitale IVF Poli een succes en motiveert ons om door te gaan op de ingeslagen weg.
Wouter Tuil
dinsdag 4 november 2008
Het kind centraal in de acute zorg?

Op het 11e landelijke Congres van de Nederlandse Vereniging voor Spoedeisende Hulp Verpleegkundigen staat op 4 november het kind centraal. Na alle publicaties over gemiste signalen van kindermishandeling op de Spoedeisende Hulp geeft de beroepsvereniging met dit congresprogramma een impuls aan de vroegtijdige herkenning van kindermishandeling en andere onderschatte problemen bij kinderen.
Het accent van het congres ligt niet zozeer op de medische behandeling van acute ziektebeelden bij kinderen, maar vooral de verpleegkundige rol in de begeleiding van ouders en kind krijgt aandacht. In de vorm van casusbesprekingen kan interactief geleerd worden van ervaringen met acute benauwdheid, verdrinking en kindermishandeling. Forensisch geneeskundige dr. Reijnders (VU & UvA) laat bijzondere verschillen zien tussen accidentele en toegebrachte letsels (kindermishandeling). Hierbij gaat het vaak om herhaaldelijke incidenten.
Na een eenmalige schokkende gebeurtenis, zoals een ernstig verkeersongeval, verkrachting,doding van een ouder of plotseling verlies (door suïcide) kan een kind posttraumatische klachten krijgen. Het Landelijk Psychotraumacentrum voor Kinderen en Jongeren, verbonden aan het Wilhelmina Kinderziekenhuis UMC Utrecht, biedt ondersteuning aan ouders en kinderen. Wat zijn posttraumatische klachten bij kinderen, hoe kun je specifieke ontwikkelingsgerelateerde stressklachten herkennen en hoe beleven kinderen pijn na een schokkende gebeurtenis zijn onderwerpen van deze lezing.
Is de tijd al rijp voor behandeling in het Regionaal Overleg Acute Zorg met het onderwerp vroegtijdige herkenning van kindermishandeling? Dan staat ook het kind centraal in de acute zorg.
Drs. SAA Berben, Wetenschappelijk Onderzoeker
vrijdag 24 oktober 2008
U mag NIET met elkaar praten over UW ziekte !!

Dat America het land van extremen is weten we al langer. Ik blijf mij er echter over verbazen (soms) hoe bont ze het maken.
dinsdag 21 oktober 2008
Medisch toerisme een zorgelijke ontwikkeling?!
Momenteel wordt veel over veranderende zorg en de veranderende rol van de patiënt binnen de zorg gesproken. De patiënt zelf zoekt via internet uit welke diagnose aan zijn symptomen verbonden is. Net zoals hij kiest welke behandeling hij waar en door wie zal laten plaatsvinden. Op basis waarvan maakt deze patiënt de keuzes?
In het oerwoud van websites ligt het voor de hand dat je als patiënt snel op de juiste site terecht wilt komen. Officiële websites als www.kiesbeter.nl van het RIVM zijn vaak onvoldoende bekend. www.emedispace.com lijkt een overzichtelijke wereldwijde site waar je makkelijk kunt kiezen welke behandeling je waar wilt ondergaan. Er zit echter nog een flink gat tussen het aantal ziekenhuizen dat bij de site is aangesloten en het aantal ziekenhuizen dat er wereldwijd bestaat. Als patiënt stuur je toch ergens op. Je kiest wellicht voor een gerenommeerd academisch ziekenhuis of juist voor die ene kliniek, die zo’n prachtige reclame maakt op één van de commerciële zenders.
In Amerika heeft het bedrijfsleven zich in de keuzebepaling gemengd. Bedrijven sturen mensen naar specifieke (buitenlandse) klinieken om bijvoorbeeld een knieoperatie te ondergaan. Heerlijk, eerst sleutelen aan je binnenste, dan relaxen op een exotisch strand! De resultaten en kwaliteit van de zorg zouden er niet minder om zijn.
Het bovengenoemde Amerikaanse bedrijf onderhandelt nu over prijsafspraken met zorginstellingen in The States. Het zou mooi zijn om dezelfde kwaliteit van zorg te krijgen voor dezelfde lage prijzen. Wereldwijde concurrentie dus! Mexico’s grootste keten van privéklinieken heeft onlangs een deal gesloten met een Amerikaans bedrijf (www.healthtravelguides.com).
Projecteer dit naar Nederland: waar blijft de zorgverzekeraar in dit verhaal? Misschien staat de Europese wetgeving toe dat we zometeen voor iedere behandeling naar elke lidstaat kunnen gaan. Of de protocollen, kwaliteitseisen, opleidingseisen van de medisch specialisten, registraties en wachtlijstsystemen dan ook eenduidig en koppelbaar zijn, betwijfel ik.
De nazorg is eveneens een discutabel punt; wie behandelt de complicaties of is er sprake van een “all inclusive” prijsafspraak die ook de follow-up en eventuele complicaties dekt? Bedrijven als www.medicalescortservices.com of het Nederlandse www.wingsofcare.nl regelen graag uw terugreis, dus daarover hoeft u zich geen zorgen te maken.
Miranda Linders-Verstegen, Acute Zorgregio Oost
vrijdag 10 oktober 2008
Nieuwe impuls onderzoek spoedzorg
Deze week zijn de onderwerpen bekend geworden van de eerste gehonoreerde aanvragen in het spoedzorg programma ZonMW Het gaat om de zogenaamde preparatory grants 2008.
Vanuit de overheid en partijen in het veld lopen vele initiatieven om de samenwerking in de spoedzorg te verbeteren. Bij spoedzorg gaat het om alle urgente of dringende vragen van patiënten die niet langer dan 24 uur kunnen wachten op behandeling. Het programma Spoedzorg, geïnitieerd door het Ministerie van VWS stelt zich onder andere ten doel kennisontwikkeling in de keten spoedzorg te stimuleren.
De preparatory grants 2008 zijn financiële aanvragen van veldpartijen en onderzoekers gezamenlijk. Het doel van deze aanvragen is om samen te komen tot een nader uitgewerkte onderzoeksopzet en subsidieaanvraag. Er kwamen 12 aanvragen voor ‘prep-grants’ binnen waarvan er zes gehonoreerd zijn door de programmacommissie.
De onderwerpen die een financiële impuls krijgen zijn:
- efficiëntie en kosteneffectiviteit van trauma opvangmodellen,
- organisatiemodel acute keten pijn op de borst,
- taakherschikking,
- keten spoedstandaarden,
- protocoladherentie in prehospitale keten,
- elektronisch feedbacksysteem voor professionals.
De projecten zullen uiterlijk 1 november aanstaande starten en lopen 1 april 2009 af. Opvallend is dat het aanbod van onderwerpen breder is dan bij de voorloper van dit programma, het GHOR onderzoeksprogramma van ZonMW. Nu zijn de onderwerpen geïnitieerd door meerdere professionele partijen en ketenpartners en daarmee lijkt het programma beter aan te sluiten op de behoeften in het spoedzorg veld.
Het is de vraag welke rol het patiëntenperspectief krijgt in de gehonoreerde projecten, deze hebben veelal het professionele perspectief als uitgangspunt. Net als u, zijn wij benieuwd naar de resultaten van deze impuls en kijken we uit naar de eerste rapportages. Wat zal het ons gaan opleveren?
Sivera Berben, Acute Zorgregio Oost