AcuteZorg.nl

vrijdag 10 oktober 2008

‘GEEN ONDERBOUWING RESPONSTIJD AMBULANCES’


Er bestaat géén wetenschappelijke onderbouwing voor de responstijd van 15 minuten, die geldt voor ambulances in geval van spoedritten. Dit concluderen wij als onderzoekers van het UMC St Radboud (IQ Healthcare en Acute Zorgregio Oost) in Nijmegen. Het onderzoek hebben wij uitgevoerd in opdracht van het ministerie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

In geval van een 112 melding wordt op de ambulancecentrale de ernst van de situatie ingeschat. Op basis van urgentie geldt dan een norm waarbinnen de ambulance op de plaats van het ongeval moet arriveren. Bij een A1 melding, een melding met de hoogste urgentie, moet de ambulance binnen 15 minuten na melding ter plaatse zijn. Deze veldnorm geldt voor 97% van Nederland.

We komen tot de conclusies op basis van een literatuurstudie, interviews met experts waaronder ambulanceverpleegkundigen, centralisten, traumatologen en huisartsen, en een internationale oriëntatie. Naast dat er geen bewijs werd gevonden voor de 15 minutennorm, lijkt ook de relatie tussen de norm en het optreden van gezondheidswinst nog nooit onderzocht te zijn.

Responstijd is slechts één van de vele factoren is die de kwaliteit van zorg of gezondheidswinst bepalen. Volgens de geïnterviewde experts bestaat er een aantal aandoeningen waarbij zeer snel gereageerd moet worden. Het gaat dan om acute hartproblematiek en ernstige bloedingen. Hierbij dient binnen enkele minuten behandeld te worden. Een ambulance kan echter nooit zo snel ter plaatse zijn. Voor veel andere aandoeningen echter, is de responstijd veel minder belangrijk. In het geval van een gebroken been is het bijvoorbeeld niet levensbedreigend als de ambulance er niet binnen 15 minuten is.

Experts geven aan dat de effectiviteit van additionele diensten in de ambulancezorg onderzocht moeten worden evenals de uitbreiding daarvan. Hierbij kan gedacht worden aan firstresponders van de brandweer of de inzet getrainde burgers via sms-alerts gekoppeld aan de meldkamer ambulancezorg. Ook kan de beschikbaarheid van automatische externe defibrillatoren (AED) in openbare ruimtes en woonwijken hierbij helpen.

Ondanks de conclusie dat de factor tijd slechts één van de bepalende factoren is blijven er kansen liggen in vooral de verbeterde samenwerking tussen ambulancediensten en huisartsen. Wellicht kunnen ook verbeteringen doorgevoerd worden door betere  communicatie tussen verschillende hulpdiensten. Inzet van breed beschikbare technische mogelijkheden kunnen hier een goede ondersteuning zijn.

Voordat beleidsmaatregelen worden genomen ten aanzien van de responstijd van ambulances dient het complexe pallet aan determinanten die gezondheidswinst in de spoedzorg bepalen, bestudeerd te worden.

Ons volledige rapport is vrij verkrijgbaar via de site van het ministerie van VWS

Tom van de Belt

donderdag 9 oktober 2008

Community, Twitter, Weblogs, RSS en Social networking ?

U ziet ons vaker schrijven over de inzet van nieuwe media in de zorg. We doen dit in navolging van ontwikkelen in "de rest" van de maatschappij waarin de manier van communiceren aan het veranderen is. Korter, sneller, oppervlakkiger. In het laatste schuilt natuurlijk een gevaar, we moeten dus alert blijven op het doorslaan van deze maatschappelijke ontwikkeling daar dit niet alleen een on-line verschijnsel is.
De tijden van "zondags bij de ouders", op bezoek, eten, koffie drinken, uitvoerige deelname aan verenigingen, komen meer en meer onder druk te staan door ons drukke bestaan. De zaterdag gaat grotendeels op aan het halen en brengen "van" en "naar". Zondags zijn de winkels ook meer en meer open dus doen we de boodschappen dan maar.

In deze tijden doet een aantal ontwikkelingen haar intrede of vinden eigenlijk meer en meer hun toepassing.

In de enorme informatie overload zal er een bepaalde vorm van filtering moeten gaan plaatsvinden om niet te verdrinken. Hiertoe is het bijvoorbeeld mogelijk om een "abonnement" te nemen op nieuws wat op websites word geplaatst. Vaak gebeurt dat in de vorm van RSS-feeds. Hoe deze techniek in zijn werk gaat toont een van onderstaande video's U helder.

Zoals jullie (wellicht) weten zullen we binnenkort een Community "launchen" over de (acute)zorg waar een informatie "kracht"punt over relevante ontwikkelingen zal ontstaan. 
Dat is een implementatietraject wat alles bij elkaar zeker een jaar in beslag zal gaan nemen, voordat alles helemaal loopt zoals wij het voor ogen hebben. 
Hier zullen we proberen meerdere informatiestromen bij elkaar te laten komen, online de discussie aan te gaan welke off-line voortgezet zal gaan worden, nieuwe ontwikkelingen "gescout" kunnen worden, mensen en ontwikkelingen met elkaar verbonden zullen worden.

Dit is niet strikt genomen een AZO of Radboud "feestje" we vinden het gewoonweg belangrijk dát het er komt en gaan het nú ook écht doen. 

De gesprekken hierover zijn nagenoeg afgerond, de techniek wordt op dit moment achter de schermen klaargemaakt, we hebben een aantal relevante mensen om ons heen 
verzameld en een communitymanager aangenomen. De afgelopen maanden hebben wij met onder andere Marco Derksen mijn "houtskoolschets" verder
uitgewerkt.



Op zich is ook deze ontwikkeling niet nieuw, goed voorbeeld (en betrokken bij onze community) is Marketingfacts! Dit is dé online community voor alles op het gebied van on-line marketing, en staat voor een groot deel model voor wat u bij ons zult gaan zien, qua functionaliteiten. Daar onze doelstelling anders is zullen wij uiteraard ook ander om gaan met advertentiebeleid.

We gaan echter op een aantal gebieden een stapje verder. Iemand die op een woord zoekt, zal ook alle relevante artikelen, blogposts, reacties en verwijzingen naar bijvoorbeeld  Pubmed voorgeschoteld krijgen.

Dat we hierbij gebruik zullen gaan maken van de nieuwste technieken en brede inzet van nieuwe media moge voor zich spreken. We willen het gesprek met Ú openen, de discussie aangaan en samen kijken hoe we ook de veranderende rol van de patiënt het beste kunnen benaderen. 

Hierbij denken we ook aan het organiseren van een aantal workshops voor (para)medici, verpleegkundige- en ondersteunende medewerkers.

Voor wat betreft een aantal ontwikkelingen en technieken waaronder  Twitter etc troffen we (getipt door Webicina) bij Commoncraft  een paar mooie voorbeelden aan welke wij u niet willen onthouden. Onderaan de pagina staat een aantal verwijzingen naar hoe ik eea gebruik.
Hiermee kunt u vast "oefenen".



RSS in plain Enlish


Blogs in plain Enlish:



Twitter in plain Enlish: (username lucien Engelen op twitter is Zorg20)



Social networking in plain English


Ik wens jullie veel kijk- en probeerplezier in het ontdekken en toepassen hiervan voor de zorg

Onderstaand een paar voorbeeld van hoe ik er mee om ga :
LinkedIn : Lucien Engelen

Lucien Engelen

woensdag 8 oktober 2008

De kracht van kwetsbare ouderen

Op 8 oktober organiseert Acute Zorgregio Oost een thema-avond voor de acute zorgpartners in de regio over de geriatrische traumapatiënt. Osteoporose, valproblematiek en heupfracturen bij ouderen staan op deze avond centraal.

Jaarlijks overlijden gemiddeld 1.800 senioren van 55 jaar of ouder aan de gevolgen van een valongeval. Iedere zes minuten valt een senior zodanig dat behandeling op de SEH van het ziekenhuis noodzakelijk is, dat komt neer op 89.000 senioren per jaar.

Consument en veiligheid is dan ook een campagne gestart om ouderen te informeren over de voordelen van een goede conditie en gezondheid, onder andere door een TV commercial met oud-kunstrijdster Sjoukje Dijkstra. De huidige generatie 55-plussers is actiever dan de generaties daarvoor, zij doen meer aan sport. Het afgelopen decennium is het aantal actieve ouderen in de leeftijd van 55-74 jaar (‘Best Age-er’) ruim verdubbeld. Desondanks is er nog veel te doen voor de professionals in de zorg.

Vele ziekenhuizen startten reeds een poliklinische osteoporose screening en verbeterprojecten voor patiënten met heupfracturen. Ook op andere fronten lopen initiatieven om kennis over ouderen bij elkaar te brengen en te delen met patiënten en andere zorgpartners. De vraag rijst echter hoe wij als hulpverleners de oudere patiënt ook meer eigen regie kunnen geven in screening en behandeling. In onderstaande video over Super Granny blijkt dat er een ver(r)assende kracht verscholen ligt in een kwetsbare groep in onze samenleving.











Hoe zal de (acute) zorg veranderen als ouderen bewust meer eigen regie gaan nemen?


Sivera Berben, Acute Zorgregio Oost





‘De eerste échte zorg 2.0 website?’

Gisteravond was het dan zover. De officiële lancering van Webicina, de medische web 2.0 pagina die een een stap moet betekenen richting nieuwe zorg. Zorg die is afgestemd op de verwachtingen van de nieuwe generatie patiënten, ook wel e-patients genoemd.

De bedenker en oprichter van webicina is Bertalan Meskó, die naast geneeskundestudent ook de bedenker is van de weblog scienceroll. Deze weblog is enorm populair onder zorgverleners en onderzoekers en bevat de laatste informatie en discussies over web 2.0 en andere nieuwe ontwikkelingen rondom zorg.

Meskó verwacht dat nieuwe web 2.0 ontwikkelingen een revolutie teweeg zullen brengen bij de communicatie tussen zorgverlener en patiënt. Ook zal de communicatie tussen zorgverleners n patiënten onderling gaan veranderen. Daarom heeft hij webicina bedacht. Hij wil hiermee een brug zijn tussen de ouderwetse zorg en de nieuwe zorg.

Dit is nodig omdat e-patients vaak zeer goed geïnformeerd zijn over hun aandoening en de behandeling daarvan. Verder weten ze waar ze de gewenste zorg kunnen halen. De zorg moet hierop inspelen en aan gaan sluiten bij de vraag van patiënten. Het is uit de tijd dat patiënten achter de zorg aanlopen en zomaar alles aannemen van hun arts. Zorgverleners dienen daarom anders en beter bereikbaar te zijn, bijvoorbeeld via nieuwe communicatie zoals skype, twitter en videoconferenties.

Voor de kwaliteit van de geleverde zorg biedt webicina ook kansen. Zorgverleners kunnen gemakkelijk op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen en hierover discussiëren met collega’s. Verder zijn ze op de hoogte van wat patiënten weten over hun aandoening zodat het patiëntencontact efficiënter en sneller kan verlopen.

Het lijkt een schitterende ontwikkeling dat met webicina nieuwe ontwikkelingen daadwerkelijk gebruikt gaan worden. Het is nu afwachten wat professionals en patiënten er in de praktijk mee gaan doen.

Tom van de Belt

‘EPD, Clip of Chip?’

Tegenwoordig zijn er legio mogelijkheden om patiënteninformatie op te slaan. Naast de ouderwetse hard copy dossiers zijn er nu ook digitale patiëntendossiers . Sinds dit jaar is het UMC in Maastricht met de Cardiostick op de markt gekomen en zelfs de Hollandsche Eenheidsprijzen Maatschappij Amsterdam , beter bekend als de HEMA, heeft al een Medistick.
 
De Medistick en Cardiostick zijn USB-sticks met patiëntengegevens in meerdere talen. Nieuwe technologieën bieden nieuwe mogelijkheden, zo kan in de acute zorgverlening deze gezondheidsinformatie van levensbelang zijn voor een goede behandeling. Dankzij de USB-stick of het online dossier is informatie snel en betrouwbaar beschikbaar.

Welke acute hulpverlener ziet geen kansen in het opvragen van relevante medische informatie onder spoedeisende omstandigheden? Bij de behandeling kan dan rekening worden gehouden met de medische geschiedenis van de patiënt. De vraag is wel op welke manier deze informatie snel oproepbaar kan zijn. Immers een ambulance heeft niet zo maar een computer beschikbaar.

Ook voor de niet acute patiënt heeft het voordelen: dossiers zijn minder vaak zoek omdat patiënten ze zelf beheren en de kans op verwisselen van dossiers en daarmee patiënten neemt af. Welke patiënt wil niet altijd zijn actuele medische gegevens beschikbaar hebben? Veel nieuwe technologieën, maar wegen de voordelen op tegen de nadelen?  

Het klinkt allemaal geweldig, maar er zijn nog genoeg hobbels op de digitale weg. Wat gebeurt er als iemand zijn of haar medische USB-stick verliest? De kans op verliezen lijkt erg groot als men bedenkt dat veel patiënten de stick aan hun sleutelbos zullen dragen. Is er na verlies wel een back-up beschikbaar en wie beheert deze? Kunnen gegevens ook geblokkeerd worden? Verder is het natuurlijk de vraag wat derden kunnen met de medische informatie. Andere belangrijke aspecten, vooral ook ten aanzien van het EPD, liggen in de beveiliging van gegevens. Hoe kan geregeld worden dat alleen de mensen toegang krijgen die daarvoor geautoriseerd zijn.

Tenslotte is er een toekomstig alternatief, waarbij het risico op verlies of het verwisselen van patiënten of gegevens geminimaliseerd wordt: een implanteerbare chip. Technisch is dit al lang mogelijk, en we doen het al jaren bij honden en katten om de baasjes op te kunnen sporen. Patiënten zijn daarmee hun eigen dossierhouder en bepalen ook zelf wie al of geen toegang hun gegevens heeft.

Om écht te weten hoe patiëntendossiers er in de toekomst uit gaan zien, moeten we bij de patiënt zelf zijn. De patiënt overweegt en maakt zijn eigen keuze. Moeten de zorgverleners en ontwikkelaars van nieuwe technologieën zich hier niet meer op richten?

Sivera Berben en Tom van de Belt

zaterdag 4 oktober 2008

Huisarts aan de deur.

In deze video van The Today Show bespreken een tweetal Amerikaanse artsen hun ervaringen met hun voornamelijk virtuele praktijk.







Daarnaast wordt ook in gegaan op de keuze van een van de artsen om uitsluitend nog huisvisites af te leggen.

Een van de bekendere praktijken is de San Francisco On Call Medical Group, Inc.



Ook in Nederland is een dergelijk systeem in discussie. De organisatie SOS-Arts probeert een dergelijk initiatief in navolging van andere landen ook in Nederland van de grond te krijgen. Vooralsnog is de financiering langs de weg van de NZa niet niet gegarandeerd, wel is inmiddels een experimenteerstatus aan de organisatie toegekent.

Nipo heeft op verzoek van SOS-arts een steekproef gedaan naar onder andere de wenselijkheid van deze werkvorm. Waaruit in ieder geval een aanzienlijke mate van wenselijkheid door de geïnterviewden aan de orde kwam.



De toekomst zal moeten leren in hoeverre er aansluiting gaat ontstaan tussen de klaarblijkelijke behoefte en het aanbod.



Eenheid door informatie.



Dagelijks wordt er op uniforme wijze informatie uitgewisseld tussen brandweer, politie en ambulancediensten. Wanneer er echter door de meldkamer met ketenpartners als ziekenhuizen wordt gecommuniceerd, zijn er nog nauwelijks afspraken op papier vastgelegd.

Dit kan tot grote problemen leiden als er zich een ramp voordoet. Denk maar aan Volendam waarbij er voor ouders langdurig onzekerheid was in welk ziekenhuis hun kind was opgenomen. Deze situaties mogen ten tijde van de digitale vooruitgang niet meer voorkomen!

Om de informatieoverdracht tussen meldkamer en ketenpartners als ziekenhuizen te verbeteren startte het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in 2005 het programma G-BIV (Geneeskundige Bestuurlijke Informatie Voorziening).

Hierin participeert onder andere een kennisgroep Ziekenhuis In Opschaling (ZIO). De Acute Zorgregio Oost , de GHOR Gelderland Zuid, maar ook andere traumacentra en GHOR-regio’s maken hiervan deel uit.

Vooraf hadden de kennisgroepen zich een aantal vragen gesteld waarop een antwoord moest worden gevonden:
• Waar komt de informatie nu het ziekenhuis binnen als er een calamiteit is?
• Wie houdt wie op de hoogte?
• Hoe worden slachtoffers gevolgd en getraceerd, die al voor een rampmelding op de SEH of bij de huisartsenpost waren? Denk hierbij vooral aan besmetting.
• Waar bevindt zich een slachtoffer nu precies, hoe kan iemand zijn of haar dierbaren terugvinden?
• Hoe weet een MKA (Meldkamer Ambulancezorg) waar nog ruimte is om slachtoffers op te kunnen nemen?
• Welk ziekenhuis heeft nog plek ten tijde van een ramp?
• Wie geeft het signaal van het einde van een ramp en hoe komt dit signaal door naar de ketenpartners?

Op de meeste vragen is een antwoord gevonden, waarvoor vervolgens standaarden voor de informatieuitwisseling zijn ontwikkeld. Deze standaarden zijn in de meeste deelnemende regio’s geïmplementeerd.

Maar nu volgt een nieuwe uitdaging: de andere ketenpartners en GHOR-regio’s op een zelfde manier te laten werken als de regio’s uit de kennisgroepen. Het moge duidelijk zijn dat er alleen ‘eenheid van informatie’ is als deze klus slaagt!

Jasper Koiter en Ingeborg Hakstege
 
") Add to Technorati Favorites